bekakt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·kakt
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bekakt bekakter bekaktst
verbogen bekakte bekaktere bekaktste
partitief bekakts bekakters -

Bijvoeglijk naamwoord

bekakt

  1. door overdreven gedrag, vooral spraak, benadrukkend dat men tot de bovenlaag wil behoren
    de corpsbal praatte zelfs nog bekakt als hij stond te kotsen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Werkwoord

vervoeging van
bekakken

bekakt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bekakken
    Jij bekakt.
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bekakken
    Hij bekakt.
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van bekakken
    Bekakt!
  4. voltooid deelwoord van bekakken
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl