bekakt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·kakt
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bekakt bekakter bekaktst
verbogen bekakte bekaktere bekaktste
partitief bekakts bekakters -

Bijvoeglijk naamwoord

bekakt

  1. door overdreven gedrag, vooral spraak, benadrukkend dat men tot de bovenlaag wil behoren
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Werkwoord

vervoeging van
bekakken

bekakt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bekakken
    • Jij bekakt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bekakken
    • Hij bekakt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van bekakken
    • Bekakt! 
  4. voltooid deelwoord van bekakken

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl