kotsen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Kotsen.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kot·sen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kotsen
kotste
gekotst
zwak -t volledig

Werkwoord

kotsen

  1. (inergatief), (informeel) de maaginhoud via de mond weer naar buiten werken
    Hij moest ervan kotsen.
  2. (dysfemisme) speeksel opgeven
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Anagrammen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen