kotsen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Kotsen.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kot·sen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kotsen
kotste
gekotst
zwak -t volledig

Werkwoord

kotsen

  1. inergatief, (informeel) de maaginhoud via de mond weer naar buiten werken
    • Hij moest ervan kotsen. 
  2. (dysfemisme) speeksel opgeven
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Anagrammen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie