beauty

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • beau·ty
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘schoonheid’ voor het eerst aangetroffen in 1903 [1]
  • Overgenomen uit het Engels
enkelvoud meervoud
naamwoord beauty beauty's
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

beauty v

  1. een heel mooi uitziende vrouw
  2. een schoonheid
    • De merrie was een echte beauty. 
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.

Verwijzingen