beargumenteren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ar·gu·men·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
beargumenteren
beargumenteerde
beargumenteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

beargumenteren

  1. overgankelijk met argumenten onderbouwen
    • Dat is in dat stuk eigenlijk nooit goed beargumenteerd. 
    • De intuïtieve gedachte is dat een groeiende bevolking de voedselzekerheid en de welvaart verlaagt, maar het tegenovergestelde kan evenzogoed worden beargumenteerd. [1] 

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Volkskrant Hidde Boersma18 januari 2019 Bevolkingsgroei maakt een welvarend en groen Afrika mogelijk