beachtliche

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Duits

Woordafbreking
  • be·acht·li·che
Woordherkomst en -opbouw
  • Duitse bijvoeglijk-naamwoordsvorm met het voorvoegsel be-

Bijvoeglijk naamwoord

beachtliche

  1. onbepaald (zonder lidwoord) nominatief vrouwelijk enkelvoud van beachtlich

beachtliche

  1. onbepaald (zonder lidwoord) accusatief vrouwelijk enkelvoud van beachtlich

beachtliche

  1. onbepaald (zonder lidwoord) nominatief meervoud van bekannt
Typische woordcombinaties
  • beachtliche Mengen
aanzienlijke hoeveelheden

beachtliche

  1. onbepaald (zonder lidwoord) accusatief meervoud van beachtlich

Bijvoeglijk naamwoord

beachtliche

  1. bepaald nominatief mannelijk enkelvoud van beachtlich

beachtliche

  1. bepaald nominatief vrouwelijk enkelvoud van beachtlich
Typische woordcombinaties
  • die beachtliche Länge
de aanzienlijke lengte

beachtliche

  1. bepaald accusatief vrouwelijk enkelvoud van beachtlich

beachtliche

  1. bepaald nominatief onzijdig enkelvoud van beachtlich
Typische woordcombinaties
  • das beachtliche Potenzial
het aanzienlijke potentiaal

beachtliche

  1. bepaald accusatief onzijdig enkelvoud van beachtlich

Bijvoeglijk naamwoord

beachtliche

  1. onbepaald nominatief vrouwelijk enkelvoud van beachtlich
Typische woordcombinaties
  • eine beachtliche Leistung
een opmerkelijke prestatie

beachtliche

  1. onbepaald accusatief vrouwelijk enkelvoud van beachtlich
Antoniemen