Naar inhoud springen

barren

Uit WikiWoordenboek
  • bar·ren
enkelvoud meervoud
naamwoord (barre) * barren
verkleinwoord - -

debarrenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord barre (2), als naam van een bepaald gymnastiektoestel dat bestaat uit twee evenwijdige leggers (sport)
     Hoewel het Duitse systeem dus werd aangepast aan een schoolse situatie kregen sommige toestellen, zoals de barren, kritiek zowel in Duitsland zelf, waar een heuse Barrenstreit losbarstte, als in het buitenland waar een gelijkaardige methodestrijd werd uitgevochten.[2]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 9 februari 2026 Weblink bron
    Eva Bouton e.a.
    De neogotische gymnastiekzaal van de voormalige Rijksnormaalschool te Brugge in cultuurhistorische context‘. in: M&L (Monumenten, Landschappen en Archeologie), jrg. 33 nr. 6 (november/december 2014), agentschap Onroerend Erfgoed van de Vlaamse Overheid, Brussel, p. 19 kol. 1
stellend vergrotend overtreffend
barrenmore barrenmost barren

barren

  1. (geologie) dor, onvruchtbaar (v.e. stuk land)
  1. barren (adj.), Online Etymology Dictionary
vervoeging van
barrar

barren

  1. aanvoegende wijs derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van barrar
  2. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van barrar
vervoeging van
barrer

barren

  1. derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van barrer