onvruchtbaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·vrucht·baar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onvruchtbaar onvruchtbaarder onvruchtbaarst
verbogen onvruchtbare onvruchtbaardere onvruchtbaarste
partitief onvruchtbaars onvruchtbaarders -


Bijvoeglijk naamwoord

onvruchtbaar

  1. (biologie) ongeschikt voor, niet in staat tot voortplanting
  2. weinig of geen vruchten voortbrengend
  3. zinloos, vruchteloos
Antoniemen
Verwante begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie