onvruchtbaar
Uiterlijk
- Geluid: onvruchtbaar (hulp, bestand)
- IPA: / ɔɱˈvrʏx(t)bar / (3 lettergrepen)
- on·vrucht·baar
- Afgeleid van vruchtbaar met het voorvoegsel on-
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | onvruchtbaar | onvruchtbaarder | onvruchtbaarst |
| verbogen | onvruchtbare | onvruchtbaardere | onvruchtbaarste |
| partitief | onvruchtbaars | onvruchtbaarders | - |
onvruchtbaar
- (biologie) ongeschikt voor, niet in staat tot voortplanting
- weinig of geen vruchten voortbrengend
- zinloos, vruchteloos
- Het woord onvruchtbaar staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "onvruchtbaar" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 12
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Voorvoegsel on- in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Biologie in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %