bankafschrift

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bank·af·schrift
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bankafschrift bankafschriften
verkleinwoord bankafschriftje bankafschriftjes

Zelfstandig naamwoord

bankafschrift o

  1. een lijst met gemaakte betalingen en afschrijvingen van een bepaalde tijd
    • Het papieren bankafschrift is bijna geheel verdwenen. 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie