Naar inhoud springen

bannen

Uit WikiWoordenboek
  • ban·nen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bannen
bande
gebannen
zwak -d

gemengd

volledig

bannen

  1. overgankelijk iemand de toegang tot iets weigeren
    • Hij werd wegens wangedrag op het forum gebannen. 
  2. iets verwijderen; iets niet toelaten
     Een dergelijk schilderij komt niet zomaar uit de lucht vallen, Odelle 'Ik had zo mijn best gedaan om Quicks stem uit mijn hoofd te bannen'.[2]

debannenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord ban
95 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
  1. bannen op website: Etymologiebank.nl
  2. Jessie Burton (vert. Marja Borg)
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

bannen

  1. uitbannen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden tijd voltooid
deelwoord
enkelvoud meervoud
bannen bien bienen ghebannen
klasse 7  volledig   

bannen

  1. verbannen, verdrijven