bannen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ban·nen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bannen
bande
gebannen
gemengd volledig

Werkwoord

bannen

  1. (overgankelijk) iemand de toegang tot iets weigeren
    Hij werd wegens wangedrag op het forum gebannen.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Zelfstandig naamwoord

bannen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord ban
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Duits

Werkwoord

bannen

  1. uitbannen


Middelnederlands

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden tijd voltooid
deelwoord
enkelvoud meervoud
bannen bien bienen ghebannen
klasse 7 volledig  

Werkwoord

bannen

  1. verbannen, verdrijven