bandagist

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ban·da·gist
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bandagist bandagisten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bandagist m [1]

  1. (medisch) (beroep) iemand die breukbanden en andere heelkundige verbandmiddelen vervaardigt en verkoopt
Verwante begrippen

Gangbaarheid

58 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.

Verwijzingen