bakdek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bak·dek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bakdek bakdekken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bakdek o

  1. (scheepvaart) voorste deel van het scheepsdek

Gangbaarheid

30 % van de Nederlanders;
29 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be