backpack

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • back·pack

Werkwoord

vervoeging van
backpacken

backpack

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van backpacken
    Ik backpack.
  2. gebiedende wijs van backpacken
    Backpack!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van backpacken
    Backpack je?

Meer informatie


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
backpack backpacks

Zelfstandig naamwoord

backpack

  1. rugzak
vervoeging
onbepaalde wijs to backpack
he/she/it backpacks
verleden tijd backpacked
voltooid
deelwoord
backpacked
onvoltooid
deelwoord
backpacking
gebiedende wijs backpack

Werkwoord

backpack

  1. backpacken