aviser

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • a·vi·ser
Naar frequentie 4005

Zelfstandig naamwoord

aviser

  1. nominatief onbepaald gemeenschappelijk geslacht meervoud van avis


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • Werkwoord: av·i·ser
  • Zelfstandig naamwoord: a·vi·ser
Naar frequentie 4487

Werkwoord

aviser

  1. tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van avise

Zelfstandig naamwoord

aviser

  1. nominatief onbepaald mannelijk meervoud van avis

aviser

  1. nominatief onbepaald vrouwelijk meervoud van avis


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • Werkwoord: av·i·ser
  • Zelfstandig naamwoord: a·vi·ser

Werkwoord

aviser

  1. tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van avisa
Schrijfwijzen

Werkwoord

aviser

  1. tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van avise
Schrijfwijzen

Zelfstandig naamwoord

aviser

  1. nominatief onbepaald vrouwelijk meervoud van avis