autocratisch
Uiterlijk
- au·to·cra·tisch
- afgeleid van autocratie met het achtervoegsel -isch
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | autocratisch | autocratischer | |
| verbogen | autocratische | autocratischere | |
| partitief | autocratisch | autocratischers | - |
autocratisch
- dictatoriaal
- Trumps autocratische inborst wordt óók verraden door het soort satire dat hijzelf bedrijft: pesterijen gericht op gemarginaliseerden, zwakkeren en de vermeende enemy within. Als dat al uit een draaiboek komt, dan niet uit dat van Nixon, maar uit dat van Goebbels. [1]
- Het woord autocratisch staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "autocratisch" herkend door:
| 86 % | van de Nederlanders; |
| 84 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ www.nrc.nl (27 mrt 2025)
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be