antichità

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Italiaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • an·ti·chi·tà

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
antichità antichità

antichità v

  1. oudheid

antichità vmv

  1. antiquiteiten