antarctisch

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Zelfstandig naamwoord

Uitspraak
Woordafbreking
  • an·tarc·tisch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen antarctisch antarctischer
verbogen antarctische antarctischere
partitief antarctisch antarctischers -

Bijvoeglijk naamwoord

antarctisch

  1. zeer koud

antarctisch

  1. verouderde spelling of vorm van Antarctisch van vóór 2006 betrekking hebbend op de Zuidpool

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders
91 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen