alloceren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • al·lo·ce·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Engelse allocate, van het Latijnse 'allocare' met het achtervoegsel -eren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
alloceren
alloceerde
gealloceerd
zwak -d volledig

Werkwoord

alloceren

  1. (informatica) het reserveren van geheugen.
  2. het toewijzen
Opmerkingen


Gangbaarheid

49 % van de Nederlanders;
53 % van de Vlamingen.