albasten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • al·bas·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van albast met het achtervoegsel -en
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen albasten

Bijvoeglijk naamwoord

albasten

  1. van albast vervaardigd
    • Hij kocht haar een albasten kruikje. 
Vertalingen

Gangbaarheid

78 % van de Nederlanders;
66 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be