afzinken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·zin·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afzinken
zonk af
afgezonken
klasse 3 volledig

Werkwoord

afzinken

  1. iets naar de bodem van een water doen laten zinken
    • De tunnelbuizen werden één voor één naar de bodem van de rivier afgezonken. 

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
84 % van de Vlamingen.

Meer informatie