afrenta

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • a·fren·ta
enkelvoud meervoud
afrenta afrentas

Zelfstandig naamwoord

afrenta v

  1. affront, belediging
Synoniemen

Verwijzingen

Werkwoord

vervoeging van
afrentar

afrenta

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van afrentar
  2. gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van afrentar