afgrenzing

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·gren·zing
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord afgrenzing afgrenzingen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

afgrenzing v

  1. vaststelling van een scheidslijn met de omgeving
     Natuurlijk, Rotterdam en Amsterdam hebben al ervaring opgedaan met deelgemeenten en stadsdelen. Maar deze hebben volgens velen tot te veel bestuurlijke drukte en onvoldoende duidelijke afgrenzing van taken en bevoegdheden gezorgd.[2]
     De afgrenzingen tussen groepen kunnen van land tot land enorm verschillen.[3]
     Nationale identiteit opvatten als een middel tot afgrenzing, een eigenschap om anderen uit te sluiten en tot vijand te maken vindt hij gevaarlijk.[4]
Synoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 6 januari 2022 Weblink bron Job Cohen “5 wensen van een ex-burgemeester” (2 februari 2018) op nrc.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 6 januari 2022 Weblink bron Dirk Vlasblom “‘Is Trump een racist? Ja en nee’” (27 november 2017) op nrc.nl
  4. Bronlink geraadpleegd op 6 januari 2022 Weblink bron Folkert Jensma “De monoculturele illusie, volgens Hirsch Ballin” (17 september 2011) op nrc.nl