adverteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ad·ver·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Franse avertir, van het Latijnse 'advertere' met het achtervoegsel -eren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
adverteren
adverteerde
geadverteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

adverteren

  1. overgankelijk tegen betaling kennisgeven van iets in de media, reclame maken
    • Er werd regelmatig geadverteerd voor dit product. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.