accuratesse

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ac·cu·ra·tes·se
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Frans [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord accuratesse -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

accuratesse v

  1. accuraatheid, precisie
Vertalingen

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders
64 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl