absolutist

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ab·so·lu·tist
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord absolutist absolutisten
verkleinwoord absolutistje absolutistjes

Zelfstandig naamwoord

absolutist m

  1. (politiek) een voorstander van het absolutisme
    Zij zijn al jarenlang absolutisten.