aanvaardt
Uiterlijk
- aan·vaardt
| vervoeging van |
|---|
| aanvaarden |
aanvaardt
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanvaarden
- Jij aanvaardt.
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanvaarden
- Hij aanvaardt.
- (verouderd) gebiedende wijs meervoud van aanvaarden
- Aanvaardt!
- ▸ Haar wijsheid lijkt te maken te hebben met het afleren van je angsten, een wijsheid die ontstaat als je de eindigheid van het leven aanvaardt.[1]
- Het woord aanvaardt staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Marion Pauw e.a.“4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340