aanmerkelijks

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·mer·ke·lijks

Bijvoeglijk naamwoord

aanmerkelijks

  1. partitief van de stellende trap van aanmerkelijk
    • Dat is iets aanmerkelijks...