aan het

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan het

Frase

aan het

  1. aan het werkwoord -> het bezig zijn met de activiteit die genoemd wordt in het werkwoord
    • De kinderen zijn aan het spelen. 
    • De man is aan het werken. 

Gangbaarheid