Jumat

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Indonesisch

Woordafbreking
  • Jum·at
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

Jumat

  1. vrijdag
  2. (spreektaal) (religie) vrijdaggebed (van moslims)
    «Aku akan Jumat di masjid.»
    Ik ga naar het vrijdaggebed in de moskee.
Afgeleide begrippen


Dagen in het Indonesisch
Senin
maandag
Selasa
dinsdag
Rabu
woensdag
Kamis
donderdag
Jumat
vrijdag
Sabtu
zaterdag
Minggu
zondag