Christusachtig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • Chris·tus·ach·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen Christusachtig Christusachtiger Christusachtigst
verbogen Christusachtige Christusachtigere Christusachtigste
partitief Christusachtigs Christusachtigers -

Bijvoeglijk naamwoord

Christusachtig

  1. gelijkend op, of eigenschappen hebbend van Christus
    • Hij had zijn Christusachtige stilte echter nog geen twee minuten verbroken of ze begon haar blauwe ogen heen en weer te bewegen als een kat haar staart. (uit: De Forsyte Sage van John Glasworthy) 
Synoniemen

Gangbaarheid