Arameeër

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • Ara·mee·er
Woordherkomst en -opbouw
  • Herkomst: Hebreeuws (gangbare Nederlandse versie), letterlijk: afleiding van 'Aram' met het achtervoegsel -er
enkelvoud meervoud
naamwoord Arameeër Arameeërs
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

Arameeër v/m

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) lid van het volk Aram-2 (10×: Gen. 25:20 +, Deut. 26:5, 2 Kon. 5:20 +)
Verwijzingen