звать

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Russisch

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • звать

Werkwoord

Onvoltooid aspect: звать
Tegenwoordig Verleden
я зову́ зва́л
звала́
ты зовёшь зва́л
звала́
он
она
оно
зовёт зва́л
звала́
зва́ло
мы зовём зва́ли
вы зовёте зва́ли
они зову́т зва́ли
Toekomende tijd
буду/будешь звать
Gebiedende wijs
(ты) зови́ -
(вы) зови́те -
Deelwoorden
Bedrijvend зову́щий зва́вший
Lijdend - -
Bijwoordelijk зовя́

Onvoltooid aspect

звать

  1. roepen
    «Потерявшись в лесу, он долго звал товарищей.»
    Verdwaald in het bos riep hij langdurig naar zijn kameraden.
  2. noemen
    «Меня зовут Коля.»
    Ik heet Kolja. (letterlijk: Mij noemen ze Kolja)
  3. ~ в гости: uitnodigen
    «Меня зовут в гости на воскресенье.»
    Ze hebben me zondag uitgenodigd.