Naar inhoud springen

òl

Uit WikiWoordenboek
Gebiedende wijsNaamwoord
òlòl m
OnafhankelijkAfhankelijk
Verleden tijddh'òldo dh'òl
Toekomende tijdòlaidhòl

òl

  1. drinken
    «Òlaidh tu»
    Je zult drinken.
EnkelvoudMeervoud
onbepaaldbepaaldonbepaaldbepaald
nominatief òlan t-òl 
genitief òil

òl m

  1. naamwoord van handeling van het werkwoord òl: het drinken
    «Chan iarrainn càr a bhiodh ag òl cus peatrail.»
    Ik zou geen auto willen die te veel benzine zuipt.