écoute

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  écoute     l'écoute     écoutes     les écoutes  

Zelfstandig naamwoord

écoute v

  1. het luisteren
  2. (scheepvaart) schoot, touw om de stand van een zeil naar de wind te zetten
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: Rester à l'écoute sv.p.
Blijf luisteren a.u.b. (verbreek de (telefoon-)verbinding niet)

Werkwoord

vervoeging van
écouter

écoute

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van écouter
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van écouter
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van écouter