åbne

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • åb·ne
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse opna.

Bijvoeglijk naamwoord

åbne, g / o

  1. bepaalde vorm enkelvoud van de stellende trap van åben

åbne, mv

  1. onbepaalde en bepaalde vorm meervoud van de stellende trap van åben
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
åbne
åbner
åbnede
åbnet
volledig

Werkwoord

åbne

  1. overgankelijk openen
Antoniemen