opna

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Faeröers

Uitspraak
  • IPA: / ˈɔp.na /

Werkwoord

opna

  1. openen


IJslands

Uitspraak
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden tijd voltooid deelwoord
(supinum)
3e pers enk. 1e pers mv.
opna opnaði opnuðum opnað
zwakke
verbuiging
volledig

Werkwoord

opna

  1. openen




Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·na

Werkwoord

opna

  1. onbepaalde wijs, tweede vorm naast opne, zie aldaar