zwartwerken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwart·wer·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zwartwerken
werkte zwart
zwartgewerkt
zwak -t volledig
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

zwartwerken

  1. betaald werk verrichten zonder daar belasting of sociale premie over te betalen, of betaald werken bij een uitkering
    Omdat pa met zijn uitkering niet op vakantie kon, besloot hij nog extra bij te verdienen d.m.v. zwart te werken.
Verwante begrippen