zuiden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zui·den
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zuiden | |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
zuiden o
- (windstreek) een van de windstreken, die op landkaarten overeenkomt met de onderkant
- In de vakanties trekken veel Belgen en Nederlanders naar het zuiden.
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
1.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.