westen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- wes·ten
Zelfstandig naamwoord
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | westen | |
| verkleinwoord |
westen o
- een van de windstreken, die op landkaarten overeenkomt met de linkerkant.
- De zon gaat onder in het westen.
- Nederland en België liggen ten westen van Duitsland.