zielenknijper

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zie·len·knij·per
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van ziel en de stam van knijpen met het achtervoegsel -er [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord zielenknijper zielenknijpers
verkleinwoord zielenknijpertje zielenknijpertjes

Zelfstandig naamwoord

zielenknijper m

  1. (beroep) (pejoratief) psycholoog, psychiater
    Hij was weer eens naar de zielenknijper geweest.
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl