psycholoog
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˌpsi.χo.ˈloχ/
- (Vlaanderen, Brabant): /ˌpsɪ.xo.ˈlox/
- (Limburg): /ˌpsɪ.xo.ˈlox/, /ˌpsy.xo.ˈlox/
Woordafbreking
- psy·cho·loog
Woordherkomst en -opbouw
- Van het Latijnse psychologia, van het oud-Griekse ψυχή (psukhē, “geest”) met het achtervoegsel -loog
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | psycholoog | psychologen |
| verkleinwoord | psycholoogje | psycholoogjes |
Zelfstandig naamwoord
psycholoog m
- (beroep), (psychologie) een beoefenaar van de psychologie
- De psycholoog probeerde zijn patiënt te doorgronden.
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een beoefenaar van de psychologie
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.