wroeging
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- wroe·ging
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van het verouderd werkwoord wroegen met het achtervoegsel -ing.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | wroeging | wroegingen |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
wroeging v
- spijt, gewetensnood
- 'Door de beurskrach heb ik al mijn geld verloren', zegt hij zonder wroeging.