spijt
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- spijt
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | spijt | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
- ~ hebben over de wens koesteren een gemaakte keuze nog te kunnen veranderen
- Ik heb er spijt over weggegaan te zijn.
- ten ~ ondanks
- Het slechte weer ten spijt is hij toch gekomen.
Uitdrukkingen en gezegden
- spijt betuigen
Vertalingen
spijt betuigen
|
Voorzetsel
spijt (+ genitief)