winterstorm

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • win·ter·storm
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord winterstorm winterstormen
verkleinwoord winterstormpje winterstormpjes

Zelfstandig naamwoord

winterstorm m

  1. (meteorologie) een storm die in het jaargetijde van de winter woedt
    De winterstorm veroorzaakte alleen in het noorden van het land enige schade.
Verwante begrippen