storm

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • storm
enkelvoud meervoud
naamwoord storm stormen
verkleinwoord stormpje stormpjes

Zelfstandig naamwoord

storm m

  1. erg harde wind (windkracht 9)
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
stormen

storm

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stormen
    Ik storm.
  2. gebiedende wijs van stormen
    Storm!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stormen
    Storm je?

Meer informatie


Engels

Zelfstandig naamwoord

storm

  1. bui
  2. storm


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • storm
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse zelfstandige naamwoord stormr.
Naar frequentie 2697

Zelfstandig naamwoord

storm

  1. storm
Verbuiging



Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • storm
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse zelfstandige naamwoord stormr.
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   storm     stormen     stormar     stormane  

Zelfstandig naamwoord

storm

  1. storm
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen