wiegen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wie·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
wiegen
wiegde
gewiegd
zwak -d volledig

Werkwoord

wiegen

  1. (overgankelijk) zachtjes heen en weer bewegen, gewoonlijk om een zuigeling in slaap te brengen
    Het kindje werd zachtjes gewiegd onder het zingen van een slaapliedje.
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

wiegen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord wieg


Duits

Uitspraak

Werkwoord

wiegen

  1. wegen
  2. wuiven