weerleggen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
weerleggen weerleggend
weerlegging weerlegd
Uitspraak
Woordafbreking
  • weer·leg·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
weerleggen
weerlegde
weerlegd
zwak -d volledig

Werkwoord

weerleggen

  1. een eerdere bewering ontkrachten
    Het bestaan van een alles doordringende ether werd in een experiment weerlegd.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen