waterkant
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- wa·ter·kant
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | waterkant | waterkanten |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
waterkant m
- daar waar land ophoudt en een water, zoals beek, rivier, meer of kanaal begint
- We hebben heerlijk een middagje aan de waterkant gezeten.