waterkant

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·ter·kant
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord waterkant waterkanten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

waterkant m

  1. daar waar land ophoudt en een water, zoals beek, rivier, meer of kanaal begint
    We hebben heerlijk een middagje aan de waterkant gezeten.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen