vruchtbaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vrucht·baar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen vruchtbaar vruchtbaarder vruchtbaarst
verbogen vruchtbare vruchtbaardere vruchtbaarste

Bijvoeglijk naamwoord

vruchtbaar

  1. in staat vrucht af te werpen
    Dit dal heeft de vruchtbaarste grond van de gehele provincie.
  2. overdrachtelijk: tot resultaat leidend
    Dit gesprek was niet erg vruchtbaar en verzandde in gekijf.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie