voorschot
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- voor·schot
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | voorschot | voorschotten |
| verkleinwoord | voorschotje | voorschotjes |
Zelfstandig naamwoord
voorschot o
- een vervroegde betaling op het loon
- Kun je me geen voorschot geven?
Vertalingen
1. een vervroegde betaling op het loon