voordringen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- voor·drin·gen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| voordringen |
drong voor |
voorgedrongen |
| klasse 3 | volledig | |
Werkwoord
voordringen
- (ergatief) een plaats vooraan in een rij bemachtigen waarop men geen recht heeft
- Hij was flink voorgedrongen, maar hij werd naar het eind van de rij teruggewezen.